Wetenschap

Osteopathie en wetenschap

Osteopathie is een vorm van behandeling die is gebaseerd op algemeen erkende anatomie, fysiologie, embryologie en neurologie. Sinds het eerste idee in de 19e eeuw zijn de theorieën bijgesteld en waar mogelijk aangepast aan ontwikkelende wetenschap. Er wordt in de wereld veel onderzoek gedaan om bewijs te krijgen voor de verschillende technieken. Op internationale databases zijn wetenschappelijke artikelen te vinden.

Guus van Bolhuis heeft meegewerkt aan een onderzoek om de veiligheid van osteopathie bij de behandeling van kinderen vast te stellen.

Klik op een van onderstaande artikelen om er meer over te lezen.

Artikelen

Immuunsysteem reguleert hersen-darm-as

Langdurig gebruik van antibiotica, waardoor darmbacteriën doodgaan, heeft mogelijk gevolgen voor de hersenfunctie. Het kan de groei remmen van nieuwe hersencellen (neurogenese) in de hippocampus, het deel van de hersenen geassocieerd met geheugen. Dat blijkt uit een muizenstudie gepubliceerd in het tijdschrift Cell Reports. Probiotica en lichaamsbeweging als therapie kunnen de hersenplasticiteit en cognitieve functie weer terug in evenwicht brengen.

Probeer de late snacktrek te negeren

Voeding Je kunt beter de late snack skippen dan je ontbijt. Nieuw onderzoek laat zien waarom dat zo is

‘Naar bed naar bed”, zei Duimelot. „Eerst nog wat eten”, zei Likkepot. „Dat zou ik niet doen”, zei Lange Jan. En hij begon te oreren dat hij in Plos Biology had gelezen dat je minder vet verbrandt als je laat in de avond nog snackt en dat je beter goed kunt ontbijten.

Klinkt als een open deur. ’s Nachts slaap je als het goed is, en verbrand je dus ook weinig calorieën. Het was ook al bekend dat mensen die in nachtdiensten werken vaker te zwaar zijn, maar mogelijk eten die ook ongezonder. En een studie onder 50.000 zevendedagsadventisten, die zwaar ontbijten, licht lunchen en ’s avonds bijna niets meer eten, liet zien dat in die groep relatief minder overgewicht is. Intussen is het enorm in de mode om aan ‘intermittent fasting’ te doen, langere periodes niet te eten, door bijvoorbeeld elke dag het ontbijt te skippen.

De vraag is steeds: maakt het moment waarop je eet iets uit voor je verbranding, val je af of kom je aan als je op andere tijden gaat eten? Heeft je biologische klok daar iets mee te maken? En vooral: wat gebeurt er dan?

De Amerikaanse onderzoekers schrijven in Plos Biology dat ze al dachten dat beweging, verstoring van de slaap of lichaamstemperatuur het metabolisme beïnvloedt. Maar ze ontdekten ook iets anders: de inwendige verbrandingsmotor verandert de voorkeur van zijn favoriete brandstof als je nog laat eet. En dat hadden ze niet verwacht.

Dit is hoe ze daarachter kwamen. Zes vijftigplussers lieten zich vrijwillig opsluiten in een ‘human metabolic chamber’ aan de Vanderbilt University in Nashville (VS). In zo’n laboratoriumkamer worden niet alleen de zuurstofinname en CO2-uitstoot van de proefpersonen gemeten, ook temperatuur, luchtdruk en luchtvochtigheid worden nauwkeurig gecontroleerd. De menselijke muizen mochten twee keer per dag kort naar buiten om snel te douchen en een heel rustig wandelingetje te maken.

Bij beide sessies in het lab kregen ze een afgepaste lunch en avondeten, maar in de ene sessie van in totaal 56 uur kregen ze als derde maaltijd om 08.00 uur een ontbijt en bij de andere sessie kregen ze in plaats van ontbijt om 22.00 uur een snack. Allebei met 700 kilocalorieën, dezelfde voedingswaarden en vergelijkbaar met wat Amerikanen gemiddeld eten. Een combinatie van vet, eiwit en koolhydraten.

Vervolgens keken de onderzoekers hoeveel koolhydraten en hoeveel vet de proefpersonen verbrandden. Toen bleek dat ze tijdens hun slaap minder vet afbraken als ze nog een late snack hadden gegeten, dan wanneer ze tussen het avondeten en het ontbijt niets meer kregen.

‘Switch’ in de verbranding

Bij de mensen die niets meer aten na de avondmaaltijd, schakelde het lichaam al voor het slapengaan over op vetverbranding, dat gebeurde niet bij de late snackers. Dat scheelde gemiddeld 15 gram vet per dag in het voordeel van de ontbijters. Voor de koolhydraatverbranding maakte het nauwelijks verschil of ze ’s ochtends of ’s avonds laat aten.

Onze biologische klok, zo verklaren de onderzoekers dit, zorgt voor het slapengaan voor een ‘switch’ in de verbranding, van voornamelijk koolhydraten naar voornamelijk vet. Als je laat op de avond nog eet, stel je het moment uit waarop de motor overschakelt op vet.

Overigens zagen de onderzoekers geen verschil in de totale energieverbranding, dus om nu te zeggen: je valt af als je die late snack voortaan vervangt door ontbijt – dat is te stellig. Wat de onderzoekers wel zeggen: het lichaam slaat op termijn waarschijnlijk meer vet op van dat snacken. Vetopslag in de lever is niet goed voor je cholesterol en kan hart- en vaatziekten veroorzaken. Het kan dus gezondheidswinst opleveren om die snacktrek vlak voor je naar bed gaat te negeren.

Eating breakfast and avoiding late-evening snacking sustains lipid oxidation

Plos Biology

  •  
PLOS

Glutensensitiviteit

Glutensensitiviteit is het gevolg van een verzwakte en beschadigde darmbarrière wat leidt tot een met ontsteking gepaard gaande activatie van het immuunsysteem. Dat is volgens een internationale samenwerking tussen onderzoekers van Columbia University (New York) en de Universiteit van Bologna (Italië) de biologische verklaring voor glutensensitiviteit. Zij publiceerden hierover in het wetenschappelijk tijdschrift Gut.

Hoe veilig zijn pesticiden?

Een landbouwer die pesticiden sproeit op gewassen, verspreidt niet een enkelvoudige actieve stof in het milieu, maar een brouwsel van verschillende stoffen. Pesticiden bevatten hulpstoffen die de actieve stof efficiënter doen werken. Onderzoek rond veiligheid betreft altijd de actieve stof, maar nooit de hulpstoffen.

Het onderzoeksteam van Gilles-Eric Séralini is een van de weinige groepen van wetenschappers die de toxiciteit van pesticiden kritisch bestuderen. Hun onderzoek toont aan dat bepaalde hulpstoffen uit het commerciële preparaat Round-Up tot 10.000 keer giftiger zijn dan het actieve glyfosaat. Dat is in tegenspraak met de visie van regulatorische instanties. Die veronderstellen onterecht dat de actieve stof van een pesticideformule tegelijk de meeste toxische stof is.

Veiligheid van pesticiden voor de gezondheid berust dus op twijfelachtige onderzoeksprincipes.

Séralini en collega’s selecteerden negen herbiciden, insecticiden en fungiciden en testten die op drie verschillende cellijnen. Van elk pesticide testten ze ook de actieve stof apart. Wat bleek: de mengsels met hulpstoffen waren vele malen giftiger. Op zich is dat geen verrassend resultaat. Hulpstoffen maken onder andere scheuren in het celmembraan, wat de opname van de actieve stof verhoogt.

De industrie spreekt van ‘inerte’ hulpstoffen waarmee ze suggereert dat ze onschuldig zijn. Regelgevende instanties volgen de industrie daar blindelings in. Want niet alleen verhogen hulpstoffen de toxiciteit van de actieve stof, ze verhogen de levensduur van de actieve stof en ze zijn zelf toxisch. Het onderscheid tussen actieve stof en hulpstof is daarom misleidend.

In deze studie werd gekeken naar overleving van de cel, maar vele van de actieve stoffen zijn xenohormonen die in lage concentraties subtiele schadelijke effecten uitlokken. Glyfosaat is daar een voorbeeld van. Monsanto heeft de mythe van ‘veilig pesticide’ goed in stand weten te houden, maar volgens de resultaten van deze studie is glyfosaat het meest giftige pesticide uit de reeks. ‘Industriële claims staan mijlenver van wetenschappelijke bevindingen. Commerciële belangen beïnvloeden duidelijk de beleidskeuzes die gemaakt worden’, schrijven de wetenschappers.

Niet alle pesticiden zijn giftiger in mengselvorm. Isoproturon is even giftig in de commerciële formule als afzonderlijk. De wetenschappers geloven wel dat dit een onderschatting van het probleem is. De cellijnen waarop getest werd, waren niet de gevoeligste en de duur van blootstelling was erg kort. Vele in-vivostudies moeten nog volgen vooraleer we een precies beeld krijgen van de toxiciteit van pesticiden.

Gezonde voeding voorkomt dementie met 90 %!

Wanneer mannen en vrouwen op middelbare leeftijd gezonde keuzes maken, dan hebben ze op latere leeftijd 90 % minder kans op dementie. De 14-jarige studie die dit resultaat vond bij inwoners uit Finland, was de eerste om de relatie tussen dementie en leefstijl vast te stellen. Voordien hebben wetenschappers zich beperkt tot onderzoek van één voedingsstof of voedingsmiddel.

De onderzoekers van deze studie hadden vooraf bepaald wat een gezond voedingspatroon juist inhield. Volgens hen was gezond: groenten, fruit, bessen, vette vis en onverzadigde vetzuren uit zuivel en smeerproducten. Worst, eieren, zoetigheden, frisdranken, zoute vis en verzadigde vetten uit zuivel waren de indicatoren voor een ongezond dieet.

De rol van genetica werd ook onderzocht. ApoE (e4-variant) is een risicofactor voor alzheimer, maar het risico wordt versterkt door het eten van verzadigde vetzuren. Door vis en onverzadigde oliën te eten kun je genetische vatbaarheid voor dementie wel degelijk terugdringen.

Statines zijn geen cholesterolverlagers meer

De Amerikaanse ‘Guideline on the treatment of blood cholesterol to reduce atherosclerotic cardiovascular risk in adults’ breekt met het idee dat statines het cardiovasculaire risico beperken doordat ze ‘het cholesterolniveau’ verlagen. ‘Statines moeten vooral begrepen worden als medicijnen die het cardiovasculair risico verlagen, niet zozeer de cholesterol,’ schrijft prof. Harlan Krumholz in een editorial van de BMJ.

Zijn uitspraken lijken revolutionair, want patiënten, academici en publieke gezondheidszorg lijken al decennialang geobsedeerd te zijn door het lipideprofiel. Terwijl er genoeg trials bewezen hebben dat een lagere LDL-cholesterol niet noodzakelijk een lager cardiovasculair risico inhoudt en dat er veel onzekerheid bestaat rond het dogmatische streven naar ‘optimale cholesterolwaarden’. Of in de woorden van Krumholz: ‘[…] the push to chase targets was based on speculation, not on direct trial evidence, and opened the door to the use of drugs that had not been fully tested.’ Ondertussen hebben bedrijven winsten van miljarden dollars kunnen halen door het idee van ‘optimale cholesterolwaarden’ te promoten.

De nieuwe richtlijnen betreffen cardiovasculair risico, en het cholesterolprofiel is daar maar een facet van. Sommige patiënten met een licht verhoogde LDL hoeven niet behandeld te worden, terwijl andere patiënten met een normale waarde wel tot de hogerisicogroep behoren.

Ook opmerkelijk is de oproep van Krumholz om de patiënt erbij te betrekken. Wat vindt de patiënt zelf van de voor- en nadelen van een bepaalde behandeling? Zijn mening wordt nooit gevraagd, maar hij mag meer inzicht krijgen in dit verhaal, zodat hij zelf een goede beslissing kan nemen. Uiteindelijk moet het een gezamenlijk beslissingsproces worden.

Tot slot: de nieuwe richtlijnen bepalen duidelijk dat pas op medicatie overgegaan mag worden van zodra leefstijlaanpassingen uitgeput zijn!

Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:C2054

Toegevoegde suikers gelinkt aan cardiovasculaire sterfte

Consumptie van toegevoegde suikers is geassocieerd met een verhoogde kans op cardiovasculaire sterfte. Dat stellen onderzoekers van het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (JAMA Intern Med. 2014; epub 3 februari). De meeste Amerikanen consumeren meer toegevoegde suikers dan een gezond dieet toestaat.

Toegevoegde suikers dragen bij aan de ontwikkeling van risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals obesitas en hypertensie. Over de invloed van deze suikers op de cardiovasculaire sterfte is echter weinig bekend.

Meer kauwen, minder eten? Het zou kunnen werken

Increasing the Number of Chews before Swallowing Reduces Meal Size in Normal-Weight, Overweight, and Obese Adults

NEW YORK 25/11 – Mensen die hun voedsel meer kauwden voordat ze het inslikten, aten minder in de loop van een maaltijd, volgens een nieuwe studie.

Langzame eters zijn geneigd om magerder te zijn. Maar onderzoekers wisten niet of mensen die gevraagd worden om meer te kauwen, minder zouden eten.

Ze stelden vast dat de omvang van de maaltijden afnam als volwassenen hun voedsel extra kauwden voordat ze het doorslikten – ongeacht of ze een normaal gewicht, overgewicht of obesitas hadden.

“De studie bevestigt de voordelen om de tijd te nemen om het voedsel goed te kauwen en te genieten van de vele texturen en smaken in onze maaltijden,” verklaarde Constance Brown-Riggs, geregistreerde diëtiste en woordvoerder van de Academy of Nutrition and Dietetics, aan Reuters Health.

De studiedeelnemers werden gevraagd om vijf porties van pizzabroodjes van Totino te eten en te tellen hoeveel keer ze kauwden op elk broodje. De onderzoekers vertelden hen niet wat er specifiek werd getest in de studie.

Zevenenveertig mensen gingen door tot het einde van de studie. Zestien personen hadden een normaal gewicht, 16 hadden overgewicht en 15 waren obees.

De deelnemers woonden drie wekelijkse testsessies bij tijdens de lunch. Dagelijks gaven de onderzoekers hen 60 pizzabroodjes en vroegen ze hen te eten totdat ze verzadigd waren. Afhankelijk van de sessie, vroegen de onderzoekers de mensen om bij elke hap hetzelfde aantal keren als tijdens de testsessie, 50% meer of dubbel zoveel te kauwen.

Ze vroegen de deelnemers ook hoe verzadigd ze zich voelden voor, tijdens en na elke lunchsessie.

De onderzoekers stelden vast dat de mensen ongeveer 10% minder aten, wat overeenstemt met 70 calorieën minder, als ze 50% meer kauwden. Als ze dubbel zoveel kauwden,  aten ze 15% minder en namen ze 112 calorieën minder in.

De deelnemers met een normaal gewicht aten langzamer dan de deelnemers met overgewicht en obesitas. Globaal aten de mensen langer als ze meer kauwden.

De deelnemers beoordeelden hun eetlust als hetzelfde na elke maaltijd, hoewel langzamer kauwen hun hoeveelheid voedsel die ze innamen, verminderde, volgens de resultaten die op 11 november online werden gepubliceerd in de Journal of the Academy of Nutrition and Dietetics.

De onderzoekers noteerden dat de studie werd uitgevoerd onder laboratoriumomstandigheden, zodat het niet duidelijk is hoe ze zich zou vertalen in het normale leven. Langetermijnstudies zijn nodig om het effect van extra kauwen op het gewicht en andere ziektemarkers te bestuderen.

“Beter kauwen voor het inslikken kan de voedselinname verminderen en het verzadigingsgevoel verhogen,” verklaarde coauteur James Hollis van Iowa State University in Ames aan Reuters Health.

“Het is echter niet duidelijk of dit een praktische benadering is voor gewichtscontrole,” verklaarde Hollis. De onderzoekers gaan nu na of de snelheid waarmee mensen eten, bijvoorbeeld, een invloed heeft op de hoeveelheid die ze eten.

“Het duurt ongeveer 20 minuten voor de hersenen om te signaleren dat je verzadigd bent,” verklaarde Brown-Riggs.

“Snelle eters kunnen veel eten binnen die periode van 20 minuten, wat resulteert in meer calorieën, wat kan leiden tot overgewicht of obesitas. Dit zou de reden kunnen zijn waarom de deelnemers aan deze studie hun voedselinname verminderden. Beter kauwen verlengde de duur van de maaltijd,” verklaarde ze.

25/11/2013 Auteur: Shereen Jegtvig Bron: J Acad Nutrition Diet 2013.

Gluten oorzaak van diabetes type 1?

Gluten kunnen diabetes type 1 uitlokken bij bepaalde muizen, dat is meermaals aangetoond geweest. Onderzoekers van de Mayo Clinic hebben nu waargenomen dat gluten invloed hebben op het darmmicrobioom. Muizen die een glutenvrij dieet volgen, hebben duidelijk een rijkere samenstelling in de bacteriepopulaties van de darmen. Onder meer is er een verhoogde aanwezigheid van Akkermansia muciniphilia, een stam die in andere studies geassocieerd werd met bescherming tegen diabetes type 1.

De interactie tussen het darmmicrobioom en de immuniteit van de gastheer kan bepalend zijn voor de ontwikkeling van auto-immuunziekten, zoals diabetes type 1. Deze gegevens doen vermoeden dat vroegtijdige blootstelling aan gluten bij peuters mogelijk een rol speelt bij de ontwikkeling ervan. Deze hypothese wordt gesteund door het feit dat coeliakie het risico op diabetes drastisch verhoogt.

De onderzoeksgroep had in eerdere experimenten immunologische effecten van gluten in kaart gebracht, onder andere een daling van Treg-cellen, immuuncellen die cruciaal zijn in de onderdrukking van een auto-immuunrespons, en bevordering van de productie van pro-inflammatoire cytokinen.

Referenties:

Marietta EV, Gomez EM, Yeoman C et al. Low incidence of spontaneous type 1 diabetes in non-obese diabetic mice raised on gluten-free diets is associated with changes in the intestinal microbiome. PLoS ONE, 2013; 8 (11): e78687

Ejsing-Duun M, Josephsen J et al. Dietary gluten reduces the number of intestinal regulatory T cells in mice. Scand J Immunol. 2008 Jun;67(6):553-9. doi: 10.1111/j.1365-3083.2008.02104.x

Antvorskov JC, Fundova P et al. Dietary gluten alters the balance of pro-inflammatory and anti-inflammatory cytokines in T cells of BALB/c mice. Immunology. 2013 Jan;138(1):23-33

Antvorskov JC, Fundova P et al. Impact of dietary gluten on regulatory T cells and Th17 cells in BALB/c mice. PLoS One. 2012;7(3):e33315

Noten zijn alles behalve “peanuts” voor de gezondheid

CardiologieEndocrinologieVoedingOncologie

NEW YORK 21/11 – Mensen die veel noten eten, waaronder aardnoten, zouden minder risico hebben om te overlijden als gevolg van een hartziekte of kanker, volgens nieuw onderzoek.

Hoe meer noten ze aten, hoe groter het waargenomen voordeel was, volgens het rapport, dat gegevens insloot van verpleegkundigen en andere professionele zorgverstrekkers die gevolgd werden sinds de jaren 1980.

The International Tree Nut Council Nutrition Research and Education Foundation sponsorde het nieuwe rapport dat op 20 november online werd gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.

De waarnemingen stemmen overeen met andere onderzoeken die suggereerden dat het regelmatig verbruik van noten het risico op vaak voorkomende gezondheidsproblemen zoals hartziekten, colonkanker en type 2 diabetes zou verminderen.

“Noten werden vroeger nogal bekritiseerd omdat ze vetrijk zijn. Nu, 20 jaar later, worden ze erkend als een gezond voedingsmiddel,” verklaarde Jeffrey Blumberg aan Reuters Health. Blumberg, van de USDA Human Nutrition Research Center on Aging at Tufts University in Boston, maakte geen deel uit van het onderzoeksteam.

“Het is net zoals koffie en eieren die ook volledig tot de grond toe werden afgebroken,” verklaarde Blumberg. “Eieren zouden hartproblemen veroorzaken. Noten zijn rijk aan vetten, maar wel goede vetten.”

De nieuwe studie – de grootste tot nu toe die sterfgevallen evalueerde – suggereert dat de gezondheidsvoordelen van noten zich zouden vertalen in een lager risico op vroegtijdig overlijden, aldus de onderzoekers.

De uitgebreide variëteit van noten, inclusief aardnoten, die eigenlijk peulvruchten zijn, leek geen verschil uit te maken, verklaarde de hoofdauteur Dr. Charles Fuchs van het Dana-Farber Cancer Institute in Boston aan Reuters Health.

“Het voordeel lijkt echt te gelden voor alle noten,” verklaarde Dr. Fuchs.

De twee studiecohorten omvatten de ongeveer 76.000 vrouwen die deelnamen aan de lopende Nurses’ Health Study en 42.000 mannen van de Health Professionals Follow-up Study. De waarnemingen zijn gebaseerd op vragenlijsten waarin de vrijwilligers regelmatig hun eetgewoonten vermeldden.

De onderzoekers moesten rekening houden met het feit dat mensen die noten eten, gezonder neigden te leven, voor wat betreft roken, alcoholverbruik, obesitas, lichaamsbeweging en andere eetgewoonten, zoals meer fruit en groenten eten.

Zelfs als deze factoren in acht werden genomen, leek het verbruik van noten geassocieerd te zijn met een lager risico op vroegtijdig overlijden.

Gedurende de 30 jaar van de Nurses’ Health Study overleden ongeveer 16.000 vrouwen. Ongeveer 11.000 mannen overleden tijdens de 24 jaar van de Health Professionals Follow-up Study.

In vergelijking met de personen die nooit noten aten, hadden de personen die elke week noten aten, 11% minder risico om te overlijden tijdens de studies en de personen die dagelijks noten aten, hadden 20% minder risico om te overlijden.

De mensen die rapporteerden dat ze minstens vijfmaal per week noten aten, hadden 29% minder risico om te overlijden aan een hartziekte dan deze die geen noten aten. Ze hadden ook 24% minder risico om te overlijden aan respiratoire aandoeningen zoals chronische obstructieve longziekte en 11% minder risico om te overlijden aan kanker.

Noten waren niet geassocieerd met minder sterfgevallen door beroerte, neurodegeneratieve ziekte, infectie of nierziekte. Ze waren evenmin geassocieerd met een lager risico om te overlijden aan diabetes, hoewel sommige onderzoeken suggereerden dat noten een gunstig effect zouden hebben op die ziekte.

Dr. Fuchs verklaarde dat hij persoonlijk de mensen zou aanbevelen om dagelijks ongeveer 30 g noten te eten, hoewel kleinere hoeveelheden nog een verschil zouden uitmaken.

De studie suggereert ook dat mensen die veel noten eten, minder bijkomen in gewicht. “Zelfs na aanpassing voor levensstijl, zien we duidelijk dat mensen die noten eten, magerder neigen te zijn en minder geneigd zijn om obees te zijn,” verklaarde Dr. Fuchs.

Het is niet duidelijk of gezouten of gekruide noten minder gunstig zijn dan zuivere noten, aldus de onderzoekers.

Dr. Fuchs en zijn team waarschuwden er ook voor dat de studie niet kan bewijzen dat de noten verantwoordelijk waren voor het lager risico op overlijden. “Maar,” verklaarden ze, “onze gegevens stemmen overeen met een massa bestaande gegevens uit observationele en klinische studies die de gezondheidsvoordelen van het verbruik van noten voor vele chronische ziekten ondersteunen.”

21/11/2013 Auteur: Gene Emery Bron: N Engl J Med 2013.

Gepubliceerd op: 12-11-2013 (in print verschenen in week 46 2013)

Citeer dit artikel als:

Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:C1946

Nieuws

Tophartspecialist ondermijnt mythe der verzadigde vetten

Dr. Aseem Malhotra, een internationaal gerenommeerde hartspecialist, stelt dat recente onderzoek het verband tussen verzadigde vetten en hartziekten niet meer ondersteunt, hoewel de verzadigde vetten nog steeds – al sinds de jaren zeventig – gedemoniseerd worden. In de British Medical Journal citeert hij een recente studie uit JAMA die zijn stelling staaft: een dieet arm aan vetten verslechtert het bloedlipideprofiel, verlaagt de insulinegevoeligheid en vermindert de verbranding van energie (dus meer energie-opslag), wanneer de vergelijking gedaan wordt met een dieet laag in koolhydraten.

Obesitas is nog altijd gestaag aan het toenemen, hoewel vetinname ondertussen gedaald is. De voedingsindustrie heeft verzadigde vetten vervangen door toegevoegde suikers, die een belangrijkere oorzaak zijn van metabool syndroom. Twee derde van hartpatiënten blijkt ondertussen aan het metabool syndroom te lijden!

Ook doet hij een uitval naar statinen: hoewel statinen de tweede vaakst voorgeschreven medicatie is in de VS, is hun toegevoegde waarde op de preventie van cardiovasculaire ziekten discutabel. Totaal cholesterol is geen risicofactor in deze populatie.

Dr. Malhotra pleit dan ook voor een mediterraan dieet, dat drie keer zoveel beter werkt dan statinen!

Referenties:

Malhotra A. Saturated fat is not the major issue. BMJ. 2013 Oct 22;347:f6340