Osteopathie en wetenschap

Osteopathie is een vorm van behandeling die is gebaseerd op algemeen erkende anatomie, fysiologie, embryologie en neurologie. Sinds het eerste idee in de 19e eeuw zijn de theorieën bijgesteld en waar mogelijk aangepast aan ontwikkelende wetenschap. Er wordt in de wereld veel onderzoek gedaan om bewijs te krijgen voor de verschillende technieken. Op internationale databases zijn wetenschappelijke artikelen te vinden.

Guus van Bolhuis heeft meegewerkt aan een onderzoek om de veiligheid van osteopathie bij de behandeling van kinderen vast te stellen.

Artikelen

Osteopathische behandeling bij zuigproblematiek baby’s

Borstvoeding wordt ten stelligste aangeraden tot zes maanden na de geboorte, maar zelden wordt deze aanbeveling ook gehaald. Tijdens de eerste levensmaand is het risico het grootst dat de borstvoeding misloopt.

In de helft van de gevallen rapporteren de moeders (biomechanische) problemen zoals moeilijkheden bij zuigen, slikken en het algemene comfort voor moeder en kind. Wetenschappelijke literatuur over biomechanische zuigproblematiek en osteopathie is schaars, maar daaruit zou blijken dat craniale dysfuncties en restricties van craniale suturen met hun effect op de zenuwen, betrokken zijn bij het zuigproces.

In deze gerandomiseerde controlestudie werden zevenennegentig moeder-kind koppels ingedeeld in twee groepen. Beide groepen werden begeleid door een lactatiedeskundige. De ene groep werd daarnaast ook osteopathisch behandeld, de andere niet. Osteopathisch onderzoek van de baby’s toonde bij iedere zuigeling craniale dysfuncties aan, waarvan 97% een occipitaal compressieletsel.

De resultaten van deze studie suggereren dat een osteopathische behandeling gekoppeld aan de begeleiding van een lactatiedeskundige effectief is in het reduceren van biomechanische zuigproblematiek. Onder het “osteopathisch behandelen” verstaat men hoofdzakelijk het vrijmaken van het occiput en zijn weke delen (suboccipitale musculatuur, de occipito-temporale sutuur) zodat het hoofdje een betere range of motion heeft en de nervus hypoglossus (essentieel voor tongbewegingen) een ongehinderd verloop. Moeders ervoeren nadien niet alleen een betere manier van zuigen, maar ook een groter persoonlijk comfort tijdens het voeden.

Originele titel: Efficacy of an Ostepathic treatment coupled with lactation consultations for infants biomechanical sucking difficulties: A Randomized controlled trial.

Auteur: Juliette Herzhaft-Le Roy, MD, DO, IBCLC 1,2 , Marianne Xhignesse, MD, MSc 2, and Isabelle Gaboury, PhD.
Verschenen in: Journal of Human Lactation.

Immuunsysteem reguleert hersen-darm-as

Langdurig gebruik van antibiotica, waardoor darmbacteriën doodgaan, heeft mogelijk gevolgen voor de hersenfunctie. Het kan de groei remmen van nieuwe hersencellen (neurogenese) in de hippocampus, het deel van de hersenen geassocieerd met geheugen. Dat blijkt uit een muizenstudie gepubliceerd in het tijdschrift Cell Reports. Probiotica en lichaamsbeweging als therapie kunnen de hersenplasticiteit en cognitieve functie weer terug in evenwicht brengen.

Glutensensitiviteit

Glutensensitiviteit is het gevolg van een verzwakte en beschadigde darmbarrière wat leidt tot een met ontsteking gepaard gaande activatie van het immuunsysteem. Dat is volgens een internationale samenwerking tussen onderzoekers van Columbia University (New York) en de Universiteit van Bologna (Italië) de biologische verklaring voor glutensensitiviteit. Zij publiceerden hierover in het wetenschappelijk tijdschrift Gut.

Probiotica voorkomt buikkrampen, reflux en constipatie bij baby’s

Heel veel baby’s hebben het eerste half jaar van hun leven last van buikkrampen (koliek), reflux en constipatie. Het is één van de belangrijkste redenen voor ziekenhuisopname en medicijngebruik bij baby’s. Het is een zware psychische belasting voor de ouders, die vaak wanhopig worden van het gehuil van hun baby en zich afvragen of ze iets verkeerd doen.

De voornaamste oorzaak van spijsverteringsklachten bij baby’s is een niet goed ontwikkelde darmflora. Baby’s hebben een steriele darm (zonder bacteriën) bij hun geboorte. De eerste darmbacteriën krijgen ze van de moeder tijdens de geboorte bij het passeren van het geboortekanaal. Vervolgens ontwikkelt de darmflora zich verder door borstvoeding, op voorwaarde dat de moeder gezond is en zelf een gezonde darm- en lichaamsflora heeft.

Kinderen die via keizersnede geboren worden, koemelk krijgen in plaats van borstvoeding, in een overdreven hygiënische omgeving opgroeien en/of antibiotica krijgen, hebben niet voldoende van de gunstige bacteriën (o.a. bifidobacteriën, lactobacillen) in hun darmen en te veel van de ‘slechte’(vb. bacteroïden, stafylokokken, E. coli). Ze hebben niet alleen meer last van spijsverteringsproblemen, maar zijn ook vatbaarder voor allergie, auto-immuniteit en infecties.

Italiaanse artsen van verschillende afdelingen neonatologie en kindergeneeskunde onderzochten of het preventief toedienen van een probioticum tijdens de eerste drie levensmaanden darmkrampen, reflux en constipatie bij baby’s kon voorkomen.

589 baby’s kregen ofwel drie maanden lang een supplement met de bacterie Lactobacillus reuteri of een placebo. Na drie maanden hadden de baby’s die het probioticum kregen veel minder last van reflux en constipatie dan de baby’s die een placebo kregen. Ze huilden ook bijna de helft minder.

De onderzoekers berekenden ook het kostenplaatje. De baby’s die een probioticum kregen, moesten minder naar een dokter of ziekenhuis, kregen minder medicijnen en hun ouders moesten minder dagen thuisblijven van hun werk. Per baby bespaarden de ouders gemiddeld 88 euro en de gemeenschap bijkomend 104 euro.

Het resultaat zou waarschijnlijk nog veel beter geweest zijn als ze een mengsel van verschillende bacteriestammen gebruikt hadden in plaats van één enkele bacteriestam. Tijdens de eerste levensmaanden zijn vooral de bifidobacteriën en lactobacillen van belang.

Indrio F, Di Mauro A, Riezzo G, et al. Prophylactic Use of a Probiotic in the Prevention of Colic, Regurgitation, and Functional Constipation: A Randomized Clinical Trial. JAMA Pediatr. 2014 Jan 13.

Fooladi AA, Khani S, Hosseini HM, et al. Impact of altered early infant gut microbiota following breastfeeding and delivery mode on allergic diseases. Inflamm Allergy Drug Targets. 2013 Dec;12(6):410-8.

Hoe veilig zijn pesticiden?

Een landbouwer die pesticiden sproeit op gewassen, verspreidt niet een enkelvoudige actieve stof in het milieu, maar een brouwsel van verschillende stoffen. Pesticiden bevatten hulpstoffen die de actieve stof efficiënter doen werken. Onderzoek rond veiligheid betreft altijd de actieve stof, maar nooit de hulpstoffen.

Het onderzoeksteam van Gilles-Eric Séralini is een van de weinige groepen van wetenschappers die de toxiciteit van pesticiden kritisch bestuderen. Hun onderzoek toont aan dat bepaalde hulpstoffen uit het commerciële preparaat Round-Up tot 10.000 keer giftiger zijn dan het actieve glyfosaat. Dat is in tegenspraak met de visie van regulatorische instanties. Die veronderstellen onterecht dat de actieve stof van een pesticideformule tegelijk de meeste toxische stof is.

Veiligheid van pesticiden voor de gezondheid berust dus op twijfelachtige onderzoeksprincipes.

Séralini en collega’s selecteerden negen herbiciden, insecticiden en fungiciden en testten die op drie verschillende cellijnen. Van elk pesticide testten ze ook de actieve stof apart. Wat bleek: de mengsels met hulpstoffen waren vele malen giftiger. Op zich is dat geen verrassend resultaat. Hulpstoffen maken onder andere scheuren in het celmembraan, wat de opname van de actieve stof verhoogt.

De industrie spreekt van ‘inerte’ hulpstoffen waarmee ze suggereert dat ze onschuldig zijn. Regelgevende instanties volgen de industrie daar blindelings in. Want niet alleen verhogen hulpstoffen de toxiciteit van de actieve stof, ze verhogen de levensduur van de actieve stof en ze zijn zelf toxisch. Het onderscheid tussen actieve stof en hulpstof is daarom misleidend.

In deze studie werd gekeken naar overleving van de cel, maar vele van de actieve stoffen zijn xenohormonen die in lage concentraties subtiele schadelijke effecten uitlokken. Glyfosaat is daar een voorbeeld van. Monsanto heeft de mythe van ‘veilig pesticide’ goed in stand weten te houden, maar volgens de resultaten van deze studie is glyfosaat het meest giftige pesticide uit de reeks. ‘Industriële claims staan mijlenver van wetenschappelijke bevindingen. Commerciële belangen beïnvloeden duidelijk de beleidskeuzes die gemaakt worden’, schrijven de wetenschappers.

Niet alle pesticiden zijn giftiger in mengselvorm. Isoproturon is even giftig in de commerciële formule als afzonderlijk. De wetenschappers geloven wel dat dit een onderschatting van het probleem is. De cellijnen waarop getest werd, waren niet de gevoeligste en de duur van blootstelling was erg kort. Vele in-vivostudies moeten nog volgen vooraleer we een precies beeld krijgen van de toxiciteit van pesticiden.

Gezonde voeding voorkomt dementie met 90 %!

Wanneer mannen en vrouwen op middelbare leeftijd gezonde keuzes maken, dan hebben ze op latere leeftijd 90 % minder kans op dementie. De 14-jarige studie die dit resultaat vond bij inwoners uit Finland, was de eerste om de relatie tussen dementie en leefstijl vast te stellen. Voordien hebben wetenschappers zich beperkt tot onderzoek van één voedingsstof of voedingsmiddel.

De onderzoekers van deze studie hadden vooraf bepaald wat een gezond voedingspatroon juist inhield. Volgens hen was gezond: groenten, fruit, bessen, vette vis en onverzadigde vetzuren uit zuivel en smeerproducten. Worst, eieren, zoetigheden, frisdranken, zoute vis en verzadigde vetten uit zuivel waren de indicatoren voor een ongezond dieet.

De rol van genetica werd ook onderzocht. ApoE (e4-variant) is een risicofactor voor alzheimer, maar het risico wordt versterkt door het eten van verzadigde vetzuren. Door vis en onverzadigde oliën te eten kun je genetische vatbaarheid voor dementie wel degelijk terugdringen.

Statines zijn geen cholesterolverlagers meer

De Amerikaanse ‘Guideline on the treatment of blood cholesterol to reduce atherosclerotic cardiovascular risk in adults’ breekt met het idee dat statines het cardiovasculaire risico beperken doordat ze ‘het cholesterolniveau’ verlagen. ‘Statines moeten vooral begrepen worden als medicijnen die het cardiovasculair risico verlagen, niet zozeer de cholesterol,’ schrijft prof. Harlan Krumholz in een editorial van de BMJ.

Zijn uitspraken lijken revolutionair, want patiënten, academici en publieke gezondheidszorg lijken al decennialang geobsedeerd te zijn door het lipideprofiel. Terwijl er genoeg trials bewezen hebben dat een lagere LDL-cholesterol niet noodzakelijk een lager cardiovasculair risico inhoudt en dat er veel onzekerheid bestaat rond het dogmatische streven naar ‘optimale cholesterolwaarden’. Of in de woorden van Krumholz: ‘[…] the push to chase targets was based on speculation, not on direct trial evidence, and opened the door to the use of drugs that had not been fully tested.’ Ondertussen hebben bedrijven winsten van miljarden dollars kunnen halen door het idee van ‘optimale cholesterolwaarden’ te promoten.

De nieuwe richtlijnen betreffen cardiovasculair risico, en het cholesterolprofiel is daar maar een facet van. Sommige patiënten met een licht verhoogde LDL hoeven niet behandeld te worden, terwijl andere patiënten met een normale waarde wel tot de hogerisicogroep behoren.

Ook opmerkelijk is de oproep van Krumholz om de patiënt erbij te betrekken. Wat vindt de patiënt zelf van de voor- en nadelen van een bepaalde behandeling? Zijn mening wordt nooit gevraagd, maar hij mag meer inzicht krijgen in dit verhaal, zodat hij zelf een goede beslissing kan nemen. Uiteindelijk moet het een gezamenlijk beslissingsproces worden.

Tot slot: de nieuwe richtlijnen bepalen duidelijk dat pas op medicatie overgegaan mag worden van zodra leefstijlaanpassingen uitgeput zijn!

Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:C2054

Toegevoegde suikers gelinkt aan cardiovasculaire sterfte

Consumptie van toegevoegde suikers is geassocieerd met een verhoogde kans op cardiovasculaire sterfte. Dat stellen onderzoekers van het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (JAMA Intern Med. 2014; epub 3 februari). De meeste Amerikanen consumeren meer toegevoegde suikers dan een gezond dieet toestaat.

Toegevoegde suikers dragen bij aan de ontwikkeling van risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals obesitas en hypertensie. Over de invloed van deze suikers op de cardiovasculaire sterfte is echter weinig bekend.

Meer kauwen, minder eten? Het zou kunnen werken

Increasing the Number of Chews before Swallowing Reduces Meal Size in Normal-Weight, Overweight, and Obese Adults

NEW YORK 25/11 – Mensen die hun voedsel meer kauwden voordat ze het inslikten, aten minder in de loop van een maaltijd, volgens een nieuwe studie.

Langzame eters zijn geneigd om magerder te zijn. Maar onderzoekers wisten niet of mensen die gevraagd worden om meer te kauwen, minder zouden eten.

Ze stelden vast dat de omvang van de maaltijden afnam als volwassenen hun voedsel extra kauwden voordat ze het doorslikten – ongeacht of ze een normaal gewicht, overgewicht of obesitas hadden.

“De studie bevestigt de voordelen om de tijd te nemen om het voedsel goed te kauwen en te genieten van de vele texturen en smaken in onze maaltijden,” verklaarde Constance Brown-Riggs, geregistreerde diëtiste en woordvoerder van de Academy of Nutrition and Dietetics, aan Reuters Health.

De studiedeelnemers werden gevraagd om vijf porties van pizzabroodjes van Totino te eten en te tellen hoeveel keer ze kauwden op elk broodje. De onderzoekers vertelden hen niet wat er specifiek werd getest in de studie.

Zevenenveertig mensen gingen door tot het einde van de studie. Zestien personen hadden een normaal gewicht, 16 hadden overgewicht en 15 waren obees.

De deelnemers woonden drie wekelijkse testsessies bij tijdens de lunch. Dagelijks gaven de onderzoekers hen 60 pizzabroodjes en vroegen ze hen te eten totdat ze verzadigd waren. Afhankelijk van de sessie, vroegen de onderzoekers de mensen om bij elke hap hetzelfde aantal keren als tijdens de testsessie, 50% meer of dubbel zoveel te kauwen.

Ze vroegen de deelnemers ook hoe verzadigd ze zich voelden voor, tijdens en na elke lunchsessie.

De onderzoekers stelden vast dat de mensen ongeveer 10% minder aten, wat overeenstemt met 70 calorieën minder, als ze 50% meer kauwden. Als ze dubbel zoveel kauwden,  aten ze 15% minder en namen ze 112 calorieën minder in.

De deelnemers met een normaal gewicht aten langzamer dan de deelnemers met overgewicht en obesitas. Globaal aten de mensen langer als ze meer kauwden.

De deelnemers beoordeelden hun eetlust als hetzelfde na elke maaltijd, hoewel langzamer kauwen hun hoeveelheid voedsel die ze innamen, verminderde, volgens de resultaten die op 11 november online werden gepubliceerd in de Journal of the Academy of Nutrition and Dietetics.

De onderzoekers noteerden dat de studie werd uitgevoerd onder laboratoriumomstandigheden, zodat het niet duidelijk is hoe ze zich zou vertalen in het normale leven. Langetermijnstudies zijn nodig om het effect van extra kauwen op het gewicht en andere ziektemarkers te bestuderen.

“Beter kauwen voor het inslikken kan de voedselinname verminderen en het verzadigingsgevoel verhogen,” verklaarde coauteur James Hollis van Iowa State University in Ames aan Reuters Health.

“Het is echter niet duidelijk of dit een praktische benadering is voor gewichtscontrole,” verklaarde Hollis. De onderzoekers gaan nu na of de snelheid waarmee mensen eten, bijvoorbeeld, een invloed heeft op de hoeveelheid die ze eten.

“Het duurt ongeveer 20 minuten voor de hersenen om te signaleren dat je verzadigd bent,” verklaarde Brown-Riggs.

“Snelle eters kunnen veel eten binnen die periode van 20 minuten, wat resulteert in meer calorieën, wat kan leiden tot overgewicht of obesitas. Dit zou de reden kunnen zijn waarom de deelnemers aan deze studie hun voedselinname verminderden. Beter kauwen verlengde de duur van de maaltijd,” verklaarde ze.


25/11/2013 Auteur: Shereen Jegtvig Bron: J Acad Nutrition Diet 2013.

Gluten oorzaak van diabetes type 1?

Gluten kunnen diabetes type 1 uitlokken bij bepaalde muizen, dat is meermaals aangetoond geweest. Onderzoekers van de Mayo Clinic hebben nu waargenomen dat gluten invloed hebben op het darmmicrobioom. Muizen die een glutenvrij dieet volgen, hebben duidelijk een rijkere samenstelling in de bacteriepopulaties van de darmen. Onder meer is er een verhoogde aanwezigheid van Akkermansia muciniphilia, een stam die in andere studies geassocieerd werd met bescherming tegen diabetes type 1.

De interactie tussen het darmmicrobioom en de immuniteit van de gastheer kan bepalend zijn voor de ontwikkeling van auto-immuunziekten, zoals diabetes type 1. Deze gegevens doen vermoeden dat vroegtijdige blootstelling aan gluten bij peuters mogelijk een rol speelt bij de ontwikkeling ervan. Deze hypothese wordt gesteund door het feit dat coeliakie het risico op diabetes drastisch verhoogt.

De onderzoeksgroep had in eerdere experimenten immunologische effecten van gluten in kaart gebracht, onder andere een daling van Treg-cellen, immuuncellen die cruciaal zijn in de onderdrukking van een auto-immuunrespons, en bevordering van de productie van pro-inflammatoire cytokinen.

Referenties:

Marietta EV, Gomez EM, Yeoman C et al. Low incidence of spontaneous type 1 diabetes in non-obese diabetic mice raised on gluten-free diets is associated with changes in the intestinal microbiome. PLoS ONE, 2013; 8 (11): e78687

Ejsing-Duun M, Josephsen J et al. Dietary gluten reduces the number of intestinal regulatory T cells in mice. Scand J Immunol. 2008 Jun;67(6):553-9. doi: 10.1111/j.1365-3083.2008.02104.x

Antvorskov JC, Fundova P et al. Dietary gluten alters the balance of pro-inflammatory and anti-inflammatory cytokines in T cells of BALB/c mice. Immunology. 2013 Jan;138(1):23-33

Antvorskov JC, Fundova P et al. Impact of dietary gluten on regulatory T cells and Th17 cells in BALB/c mice. PLoS One. 2012;7(3):e33315

Noten zijn alles behalve “peanuts” voor de gezondheid

CardiologieEndocrinologieVoedingOncologie

http://www.mediquality.net/mediquality-theme/images/common/print.pngDruk Noten zijn alles behalve “peanuts” voor de gezondheid (+ Full text) af

NEW YORK 21/11 – Mensen die veel noten eten, waaronder aardnoten, zouden minder risico hebben om te overlijden als gevolg van een hartziekte of kanker, volgens nieuw onderzoek.

Hoe meer noten ze aten, hoe groter het waargenomen voordeel was, volgens het rapport, dat gegevens insloot van verpleegkundigen en andere professionele zorgverstrekkers die gevolgd werden sinds de jaren 1980.

The International Tree Nut Council Nutrition Research and Education Foundation sponsorde het nieuwe rapport dat op 20 november online werd gepubliceerd in de New England Journal of Medicine.

De waarnemingen stemmen overeen met andere onderzoeken die suggereerden dat het regelmatig verbruik van noten het risico op vaak voorkomende gezondheidsproblemen zoals hartziekten, colonkanker en type 2 diabetes zou verminderen.

“Noten werden vroeger nogal bekritiseerd omdat ze vetrijk zijn. Nu, 20 jaar later, worden ze erkend als een gezond voedingsmiddel,” verklaarde Jeffrey Blumberg aan Reuters Health. Blumberg, van de USDA Human Nutrition Research Center on Aging at Tufts University in Boston, maakte geen deel uit van het onderzoeksteam.

“Het is net zoals koffie en eieren die ook volledig tot de grond toe werden afgebroken,” verklaarde Blumberg. “Eieren zouden hartproblemen veroorzaken. Noten zijn rijk aan vetten, maar wel goede vetten.”

De nieuwe studie – de grootste tot nu toe die sterfgevallen evalueerde – suggereert dat de gezondheidsvoordelen van noten zich zouden vertalen in een lager risico op vroegtijdig overlijden, aldus de onderzoekers.

De uitgebreide variëteit van noten, inclusief aardnoten, die eigenlijk peulvruchten zijn, leek geen verschil uit te maken, verklaarde de hoofdauteur Dr. Charles Fuchs van het Dana-Farber Cancer Institute in Boston aan Reuters Health.

“Het voordeel lijkt echt te gelden voor alle noten,” verklaarde Dr. Fuchs.

De twee studiecohorten omvatten de ongeveer 76.000 vrouwen die deelnamen aan de lopende Nurses’ Health Study en 42.000 mannen van de Health Professionals Follow-up Study. De waarnemingen zijn gebaseerd op vragenlijsten waarin de vrijwilligers regelmatig hun eetgewoonten vermeldden.

De onderzoekers moesten rekening houden met het feit dat mensen die noten eten, gezonder neigden te leven, voor wat betreft roken, alcoholverbruik, obesitas, lichaamsbeweging en andere eetgewoonten, zoals meer fruit en groenten eten.

Zelfs als deze factoren in acht werden genomen, leek het verbruik van noten geassocieerd te zijn met een lager risico op vroegtijdig overlijden.

Gedurende de 30 jaar van de Nurses’ Health Study overleden ongeveer 16.000 vrouwen. Ongeveer 11.000 mannen overleden tijdens de 24 jaar van de Health Professionals Follow-up Study.

In vergelijking met de personen die nooit noten aten, hadden de personen die elke week noten aten, 11% minder risico om te overlijden tijdens de studies en de personen die dagelijks noten aten, hadden 20% minder risico om te overlijden.

De mensen die rapporteerden dat ze minstens vijfmaal per week noten aten, hadden 29% minder risico om te overlijden aan een hartziekte dan deze die geen noten aten. Ze hadden ook 24% minder risico om te overlijden aan respiratoire aandoeningen zoals chronische obstructieve longziekte en 11% minder risico om te overlijden aan kanker.

Noten waren niet geassocieerd met minder sterfgevallen door beroerte, neurodegeneratieve ziekte, infectie of nierziekte. Ze waren evenmin geassocieerd met een lager risico om te overlijden aan diabetes, hoewel sommige onderzoeken suggereerden dat noten een gunstig effect zouden hebben op die ziekte.

Dr. Fuchs verklaarde dat hij persoonlijk de mensen zou aanbevelen om dagelijks ongeveer 30 g noten te eten, hoewel kleinere hoeveelheden nog een verschil zouden uitmaken.

De studie suggereert ook dat mensen die veel noten eten, minder bijkomen in gewicht. “Zelfs na aanpassing voor levensstijl, zien we duidelijk dat mensen die noten eten, magerder neigen te zijn en minder geneigd zijn om obees te zijn,” verklaarde Dr. Fuchs.

Het is niet duidelijk of gezouten of gekruide noten minder gunstig zijn dan zuivere noten, aldus de onderzoekers.

Dr. Fuchs en zijn team waarschuwden er ook voor dat de studie niet kan bewijzen dat de noten verantwoordelijk waren voor het lager risico op overlijden. “Maar,” verklaarden ze, “onze gegevens stemmen overeen met een massa bestaande gegevens uit observationele en klinische studies die de gezondheidsvoordelen van het verbruik van noten voor vele chronische ziekten ondersteunen.”

21/11/2013 Auteur: Gene Emery Bron: N Engl J Med 2013.

Gepubliceerd op: 12-11-2013 (in print verschenen in week 46 2013)

Citeer dit artikel als:

Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:C1946

Nieuws

Roken tijdens zwangerschap nadelig voor hersenen kind

Twan van Venrooij

Tijdens de zwangerschap blijven roken is geassocieerd met een kleiner hersenvolume en het verhoogd voorkomen van stemmingstoornissen bij het kind. Dat melden onderzoekers van het Erasmus MC in Neuropsychopharmacology (2013; epub 7 oktober).

Hannan El Marroun en collega’s maakten voor hun studie gebruik van de Rotterdamse Generation R-studie. Dit onderzoek volgt de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 Rotterdamse kinderen geboren tussen 2002 en 2006. Zij vergeleken 113 kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap had doorgerookt met 113 gematchte controles. Van alle kinderen was een MRI-scan gemaakt toen zij 6 tot 8 jaar oud waren en rond de 6-jarige leeftijd vulden hun moeders een vragenlijst in over het vóórkomen van gedrags- en emotionele stoornissen.

De kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap rookten, hadden een lager hersenvolume en een lagere hoeveelheid grijze stof in de cortex dan de kinderen uit de controlegroep. Daarbij was prenatale blootstelling aan tabak geassocieerd met een dunnere cortex in delen van de hersenen. Verder kwamen stemmingstoornissen significant vaker voor bij de kinderen die waren blootgesteld aan tabak tijdens de zwangerschap. Het verband tussen doorroken en stemmingstoornissen bleek deels verklaard te worden door het dunner worden van delen van de cortex.

Bij kinderen van vrouwen die stopten met roken nadat zij wisten dat ze zwanger waren, werden de effecten op de hersenen niet gevonden. Dit resultaat moet echter voorzichtig geïnterpreteerd worden, merken de onderzoekers op, omdat de groep die stopte in het begin van de zwangerschap relatief klein was. Hoewel de auteurs eveneens waarschuwen voor het onterecht leggen van causale verbanden, is hun conclusie dat de uitkomsten wijzen op langetermijngevolgen van prenatale blootstelling aan tabak op de hersenstructuur en -ontwikkeling.

Tophartspecialist ondermijnt mythe der verzadigde vetten

Dr. Aseem Malhotra, een internationaal gerenommeerde hartspecialist, stelt dat recente onderzoek het verband tussen verzadigde vetten en hartziekten niet meer ondersteunt, hoewel de verzadigde vetten nog steeds – al sinds de jaren zeventig – gedemoniseerd worden. In de British Medical Journal citeert hij een recente studie uit JAMA die zijn stelling staaft: een dieet arm aan vetten verslechtert het bloedlipideprofiel, verlaagt de insulinegevoeligheid en vermindert de verbranding van energie (dus meer energie-opslag), wanneer de vergelijking gedaan wordt met een dieet laag in koolhydraten.

Obesitas is nog altijd gestaag aan het toenemen, hoewel vetinname ondertussen gedaald is. De voedingsindustrie heeft verzadigde vetten vervangen door toegevoegde suikers, die een belangrijkere oorzaak zijn van metabool syndroom. Twee derde van hartpatiënten blijkt ondertussen aan het metabool syndroom te lijden!

Ook doet hij een uitval naar statinen: hoewel statinen de tweede vaakst voorgeschreven medicatie is in de VS, is hun toegevoegde waarde op de preventie van cardiovasculaire ziekten discutabel. Totaal cholesterol is geen risicofactor in deze populatie.

Dr. Malhotra pleit dan ook voor een mediterraan dieet, dat drie keer zoveel beter werkt dan statinen!

Referenties:

Malhotra A. Saturated fat is not the major issue. BMJ. 2013 Oct 22;347:f6340



Comments are closed.